gallery
forum extra's contact



WEBSHOP

Gallery
Forum
Online workshops

Uitleg technieken
& materialen

Tips

Edelstenen

Wie ben ik
Zita
Links
Contact


Home

Kaarten

Voor het kaarten maken kun je diverse technieken gebruiken zoals 3d, scrapkaarten, irisvouwen, fancy folding, spirella, borduren etc. Hier probeer ik zo duidelijk mogelijk de technieken uit te leggen en een woordenlijst. Heb je een woord wat veel gebruikt wordt maar hier nog niet tussen staat kunt u die mailen + een korte uitleg wat het is naar goitske@goitske.nl

Irisvouwen Uitgangspunt bij het irisvouwen is het model. De buitenvorm van dat model snijd je uit je kaart en het gat vul je vervolgens van buiten naar binnen op met gevouwen strookjes papier van gebruikte enveloppen, irisvouwpapier of ander mooi papier. Je werkt dus aan de achterkant van je kaart -dus in spegelbeeld- en plakt aan het eind je werkstuk op ee nandere kaart.
Kies stukken papier die mooi bij elkaar combineren qua kleur en patroon.
Knip of snij het papier in strookjes. Het aantal strookjes per patroon ligt tussen de 4 en 8. De breedte van de strookjes is afhankelijk van het model (vaak 1 1/2 tot 2 cm)
Je vouwt van alle strookjes direct een randje om en sorteert ze op soort.
Je bedekt vlakje na vlakje door de nummers te volgen zodat je werkstuk steeds rond draait. De strookjes leg je met de vouwkant naar het midden van het patroon en je plakt ze linke en rechts op de kaart vast met gewoon plakband.
Het centrum sluit je met een stukje papier dat er mooi bij past of holografisch papier.
Voorkom kleurverschil gebruik per werkstuk een en dezelfde enveloppe of ander papier.

Fancy folding: Fancy folding is een combinatie van zelf allerlei passepartouts snijden en daar vervolgens ook zelf een vouwpatroon bij zoeken. In de boeken van fancyfolding staan verschillende vouwpatronen. Het princiepe lijkt veel op dat van irisvouwen maar dan vouw je niet in een rondje maar hoe het vouwpatroon loopt. Hier staan geen nummers op! Verder wordt bij fancy folding nog andere technieken gebruikt zoals borduren met of zonder kraaltjes, embossen etc.

Spirella / Spirelli Spirella en spirelli zijn bijna het zelfde, enige verschil zijn de figuurtjes waar je het draadje om heen wikkeld.
De basis van beide is dat je een figuur hebt bijv een rondje waar je volgens een bepaald patroon een draadje of meerder om heen wikkeld. Als je dit doet krijg je een heel apart effect. De verschillende kleuren draden gebruiken maken het effect nog beter!
Zoek het patroontje uit wat je wilt wikkelen en neem het daarbij behorende kartonnetje (kan een rondje vierkant etc zijn net wat het patroon aangeeft). Plak het draadje op de achterkant van het wieletje vast en begin volgens het patroon te wikkelen.
Als het patroon af is eindig je weer aan de achterkant waar je het draadje ook weer vast zet met een plakbandje.
Plak het wieletje op de kaart en evt nog een 3de afbeelding erbij.

Crea easy: Crea easy is een techniek waarbij met decorating chalk (soort krijt) een tekening wordt gemaakt. Hiervoor heb je wel een mal nodig, elke mal bestaat uit klein vlakjes die samen de tekening maakt.
Leg de mal op de kaart.
Veeg met een sponsstokje over het chalktablet.
Veeg van buiten naar binnen over het benodigde gedeelte van de mal, naar het papier toe. Door het vegen krijg je nu je "tekening". Vlekken kun je weghalen met gum, losse gedeeltes weg blazen.
Ga zo verder met stap 2.3.4 etc. Waar 2 kleuren elkaar raken zorg dan dat de randen duidelijk te zien zijn!

Shadow painting: Shadow painting is een soort tekening waar je geen echte lijnen ziet! D.m.v. de shadowliner maak je lijnen die je later weer weg haalt.
Leg de tekening op de lichtbak en zet deze even vast met verwijderbare plakband, leg hierop het kaartje van shadowpaper.
Trek met de shadowliner de lijnen en laat het drogen (ongeveer 10 min)
Vul de vlakken met de shadowpaint inkt. Begin met de lichtste kleur. Dpp[ de punt van je penseel in de verf en vul het gekozen vlak in. Tast met de punt van het penseel als het ware de lijnen af. Deze lijnen helpen je binnen de lijnen te blijven. Het is verstandig om met de lichtste kleur te beginnen want dat kun je foutjes nog corrigeren mbv donkerder verf. Nu kan het schaduwen beginnen! Pakt een donkerder tint en als de lichte bijna droog is begin je langs de lijnen in te vullen, let wel op dat de schaduw continu aan dezelfde kan zit van de tekening! In kleine vlakken kun je beter geen schaduw aanbrengen.
Als alles goed is opgedroogd kun je de lijnen wegrollen met je vinger.

Embossen: Embossen is een techniek die je in verschillende formen tegen komt, bloc embossing, letter embossing, engels embossing, switch embossing etc. Dit gedeelte gaat over de algemene techniek.
Leg de mal op de lichtbak, leg hierop het papier.
Ga met een bolpen langs de gedeeltjes dat je wilt embossen (je werkt aan de achterkant) en druk voorzichtig deze gedeeltes in.
Als ke de kaart omdraaid zie je dat het bol geworden is. Let op bij het embossen je werkt in spiegelbeeld!! dus letters ook in spiegelbeeld embossen.

3D kaarten: 3d is een techniek waarbij je plaatjes op elkaar "plakt". Voor 3de knippen zijn er vellen waar de stappen al zijn aangegeven maar ook vellen waar dat dus niet gedaan is. Als je een vel hebt waar je zelf moet kijken wat er moet weg blijven dan moet je steeds kiezen voor het gedeelte wat het verste naar achteren is. dus bijv een konijn heeft 2 oren, 1 oor staat wat verder naar achteren die laat je dan weg, een pootje die wat verder naar achteren zit laat je weg etc. Als er geen stappen zijn aangegeven dan heb je voor elke laag een nieuw plaatje nodig! dus als je 3 lagen wil heb je 3 plaatjes nodig, bij 5 lagen 5 plaatjes. Om een boekje te bestellen over 3D kaarten kunt u kijken in de webshop

Borduren: Je begint met het uitgekozen patroon in de kaart te prikken. Vervolgens vul je het met borduurgaren op. Je kunt verschillende steken gebruiken. Plak de draadeinden aan de achterkant van de kaart met een klein stukje plakband vast. De borduurnaald die je gebruikt moet dunner zijn dan de prikpen anders scheuren de gaatjes tijdens het borduren. Zorg dat de gaatjes waar meerdere draden doorheen gaan groter zijn dan de andere gaatjes. Werk de achterkant van de kaart uiteindelijk af met een schutblad zodat de aan- en afhechtingen niet meer zichtbaar zijn.

Revolving kaarten: Is een techniek waarbij je moet snijden, embossen etc. Voor de revolving kaarten zijn diverse stencils te koop.
Leg het stencil (mal) op de goede kant van de kaart. Plak hem tijdelijk vast met verwijderbare plakband.
Snij de rechte lijnen met een mesje door het stencil in de kaart. Of geef met een prikpen de uiteinden van de lijnen aan en snijd ze met behulp van een liniaal los.
Draai het stencil en de kaart om en leg ze op de lichtbak.
Duw met de embossingpen het karton voorzichtig in de motieven van het embossingstencil. Herhaal dit zo nodig.
Haal het stencil van de kaart en leg hem op de linkerbuitenkant van de kaart. Draai ze om en embos het binnendeel.
Haal het stencil van de kaart. Vouw de uitgeneden randen en draai het binnendeel (= kantelkaartje)
Plak er een 3d plaatje op.

Silhout snijden: Een eenvoudige techniek waarmee je met behulp van het silhouetstencil omtrekken van gifuren of teksten uit papier snijdt.
Plaats het silhouetstencil op papier en snijd het figuur rechtstreekuit, of teken het figuur met een potlood na en snijd het vervolgens uit. Maak hierbij gebruik van een snijmat.
Plak een contrasterende kleur papier achter de uitgesneden figuur combineer met 3d knipvellen en ontwerkp zelf de prachtigste wenskaarten,
De stencils zijn ook te gebruiken voor embossing of om te sjabloneren.

Glaze art: Glaze art is een vrij nieuwe hobby, dmv speciale glaze 3d roller pennen komt de inkt op het werkstuk. Glaze art wordt vooral voor kaarten gebruikt maar kan ook voor sieraden gebruikt worden. Zie ook de stap voor stap hier over elders op deze site.

Servetten/ Stofjes: Servetten en stofjes kun je ook gebruiken om kaarten te maken, scheur of knip het motief uit het servet en verwijder de achterste 2 laagjes. Breng op de kaart Multi Coat aan en leg het servet er voorzichtig op. Dep het dan nog even na met Multi Coat en laat het drogen. Je kunt ook tweezijdig plakfolie gebruiken om de servetten op te plakken. Dan knip je het plaatje ruim uit het servet en plakt dat voorzichtig op de plakfolie. Knip dan het plaatje exact uit, verwijder de tweede beschermlaag van de folie en plak de afbeelding op je kaart. Servetten kun je ook gebruiken om bijv dienbladen, theedozen etc te versieren kijk hiervoor bij de informatie over servetten plakken. Om een boekje te bestellen voor het kaarten maken met servetten of stofjes kunt u kijken in de webshop

Pasta kaarten: Bij pasta kaarten maak je reliëf op papier met behulp van sjablonen. Plak het stencil met kleine stukjes plakband vast zodat het niet gaat schuiven. Strijk de pasta over het sjabloon. Als de pasta goed verdeeld is, haal je het sjabloon voorzichtig van het papier af.

Incire: Je maakt sneetjes in papier zo, dat je het papier kunt omvouwen. Het mooiste is dus als je duo-karton gebruikt, of twee kleuren goed stevig op elkaar plakt. Er zijn speciale metalen mallen verkrijgbaar waardoor de sneetjes goed recht in het papier komen. Leuker is eigenlijk om het patroon zelf te ontwerpen en te proberen het zo netjes mogelijk te krijgen. Incire kun je natuurlijk met verschillende technieken combineren.

Papuela: Papuela is een heel eenvoudige en aparte weeftechniek om prachtige kaarten en ATC-kaartjes te maken. Door het gebruik van mallen snijdt u een patroon uit in uw kaart en later weeft u hier weefstroken doorheen. Ook om uw scrapbookpagina's te versieren is deze techniek uiterst geschikt.

Schudkaarten:
De naam schudkaarten zegt het eigenlijk al. Het zijn kaarten waarmee je kunt schudden. Deze kaarten zijn namelijk gevuld met iets zodat je een beetje het effect krijgt van de welbekende sneeuwbol.

Scrapkaarten: Scrappen kun je in het groot voor je fotoboek maar je kunt het natuurlijk ook op een kaart doen! Hiervoor kun je foto's gebruiken maar ook gewoon een stempelafdrukje, tekst en andere scrapmaterialen om een voorkant van een kaart te versieren

Honingraad kaarten: Honingraatpapier bestaat uit 42 laagjes zijdevloeipapier en wordt meestal voor wenskaarten gebruikt. De halve uitgeknipte vorm plak je met de rechte kant in de vouw van de kaart. Als je dan de kaart openvouwt komt de structuur te voorschijn. Het papier is zeer gevoelig voor vocht dus het is daarom aan te raden om een plakstift te gebruiken en géén natte lijmsoort.

Pergamano: Een pergamanokaart maken is niet moeilijk en het resultaat is fantastisch. Er zijn vijf technieken die je moet beheersen om een kaart te kunnen maken.
1) Overtrekken; Daar gebruik je Tinta inkt (verkrijgbaar in diverse kleuren) voor. Trek het patroon over op het perkamentpapier.
2) Dorseren; Dat is waskrijt (verkrijgbaar in diverse kleuren) aanbrengen op de achterzijde van het perkamentpapier, breng brede strepen aan en vervaag het dan met een stukje keukenpapier.
3) Ciseleren; Dat is het opbollen van het perkamentpapier, een soort embossen dus. Door te ciseleren (aan de achterzijde!) wordt het perkamentpapier prachtig wit en er ontstaat reliëf aan de voorzijde. Je krijgt dus door kort of langer te ciseleren verschillende tinten van respectievelijk lichtgrijs tot wit. Druk niet te hard want dan scheurt het perkamentpapier.
4) Punteren; Dat is een hamerbeweging met een naald ook aan de achterzijde van het perkamentpapier. Daardoor ontstaan er witte puntjes aan de voorzijde (druk niet geheel door het papier heen!) en dat resulteert in een mat wit vlak.
5) Perforeren; Dat doe je ook met de naald, maar dan door en door en vlak naast elkaar. Zodat je de rand dus kunt 'afscheuren'.

Lace: Lace is de Franse naam voor dichtgeregen, vandaar dat deze kaart-techniek zo wordt genoemd. Met behulp van een snijmal wordt het patroon in de kaart gesneden, de randen die daardoor ontstaan worden onder elkaar gevouwen (geregen). Als je duo karton gebruikt krijg je een extra mooi effect.

Collage: Om Collage kaarten te maken, zoek je een aantal bij elkaar passende plaatjes en die plak je op de basiskaart. Je kunt daar natuurlijk eindeloos mee variëren. Je kunt de plaatjes zo op de kaart plakken, maar je kunt ze eerst ook op stukje gekleurd karton plakken en die vervolgens op de basiskaart plakken. Je kunt ook een aantal op de voorkant van de kaart plakken en een aantal in een passe-partout in de basiskaart. Je kunt behalve plaatjes natuurlijk bijvoorbeeld schelpjes gebruiken of kleine schilderijtjes die je zelf maakt.

Punch & Fold: De mooie motiefjes in Punch & Fold kaarten ontstaan door eerst te ponsen en dan te vouwen. Met een draaibare afstandpons verschijnen geen complete, maar een halve gestanste figuur in het papier. Door deze halve figuur om te vouwen verschijnt aan een kant een open motief en heeft de andere kant een andere kleur. Het mooist is dus om bij deze techniek duo papier te gebruiken.

Zand schilderen: Knip een stukje aslan of een etiket af. Als je een etiket gebruikt smeer dan de goede kant van het etiket in met lijm en plak het met de net ingesmeerde kant op de kaart. Verwijder de beschermlaag, de nu tevoorschijn komende kleeflaag gebruik je om het zand op te strooien. Dit kan met diverse technieken. Je kunt uit de losse hand strooien maar je kunt ook bijvoorbeeld een embos sjabloon gebruiken. Denk eraan om na elke kleur het zand goed aan te drukken en het overtollige zand eerst goed te verwijderen alvorens met een andere kleur te beginnen.

Filigraan: Filigraan is een al oude techniek, waarbij je in feite met opgerolde stroken, figuren (bijvoorbeeld bloemen) kunt maken. Basisvormen zijn o.a.: Bes: rol de papierstrook strak op en plak het uiteinde vast. Spiraal: Rol de strook strak op, laat openspringen en plak het uiteinde vast. Druppel: Maak eerst een spiraal en knijp één uiteinde van de spiraal tot een punt. Ovaal: Maak eerst een spiraal en knijp beide uiteinden van de spiraal tot een punt. Blad: Maak eerst een ovaal en buig één punt naar links en één naar rechts. Bloemblad: Maak eerst een spiraal en duw één kant van de spiraal naar binnen zodat er een deuk ontstaat. Druivenrank: Vouw een strook ongelijk dubbel en rol de stroken dezelfde kant op, laat iets loskomen en plak vast, doordat de strook ongelijk is gevouwen ontstaat er een druivenrank. Door de strook voor het rollen aan de zijkant in te knippen en na het rollen op het besje te drukken krijg je een openstaand bloemetje. Om de strook te rollen is een speciale filigraanpen te koop. Je kunt ook bijvoorbeeld het puntje van een tandenstokertje gebruiken om de strook aan te leggen, houdt de strook dan met je nagel vast en draai de strook vervolgens om het puntje.

Scrapito: Knip een stuk van dubbelzijdig kleeffolie. Verwijder één beschermlaag en plak een gewenste contoursticker op de klevende folie. Neem een stuk glanzend gekleurde Scrapito folie en leg dit over de sticker heen, met de gekleurde kant naar boven. Druk de Scrapito folie aan met behulp van de Scrapito hulpmiddelen; de Scrapito vingertip en de Precisie pen om ook de kleinste gaatjes in de contoursticker op te vullen. Verwijder de Scrapito folie. Vouw een transparante sheet tot een kaart. Knip de gemaakte afbeelding uit en plak het op de kaart door de andere beschermlaag te verwijderen. Versier de kaart met hoeken, randen en tekststickers.

Mola: Zet de mal vast op de kaart met non-permanente tape en snijd het basispatroon uit de kaart langs de randen van de mal. Plak een andere kleur papier achter het uigesneden patroon. Snijd bepaalde vlakken van het patroon uit dit papier, maar doe dat zodanig, dat langs de randen van het basispatroon een strook van het uitgesneden papier zichtbaar blijft. Deze strook moet tenminse 1 mm breed zijn, breder kan ook. Plak nu een tweede kleur papier achter het patroon en snijd dezelfde of juist weer andere vlakken uit. Nu blijft een tweede smalle gekleurde strook rondom het basispatroon zichtbaar. Ga zo door met lagen papier plakken en uitsnijden tot het gewenste resultaat is bereikt.

Queree: Pons een patroontje met een van de Queree ponsen, prik met een Queree prikpen (voorzien van een of meer naaldjes) gaatjes langs de de ponsmotieven en borduur een raster over de ponsopeningen.

Lucido: Ludico is een techniek om met stukjes papier en stickerlijntjes een glas-in-lood effect te krijgen. Teken, met potlood, het middenmotief van de mal op de kaart. Trek met behulp van de kleine lijntjes op de mal de centrumlijnen door. Hierdoor komen de segmentjes precies in het midden. Teken de juiste segmenten op de voorkant van de Lucido design vellen en knip ze exact uit. Haal de uitgeknipte segementen door de Xyron stickermaker en plak ze, om en om, op het getekende motief. Werk de segmentjes af met de stickerdeeltjes. Begin met de open/losse deeltjes en bewerk als laatste de gesloten delen.

Postzegel kaarten: kaarten maken mbv postzegels die je overal op rommelmarkten etc vaak voor een paar cent kunt kopen in diverse thema's. Om het boekje te bestellen kijk in de webshop

CD Kaarten: Voor deze kaarten neem je een oude cd, je plakt daar plaatjes op b.v. 3.d figuren, of een servet en maakt het af met stickers of borduurwerk.

Ornare: Deze techniek word gebruikt om de kaart te versieren door middel van een priktechniek. Dit kan gedaan worden door het gebruik maken van een mal, of een voorbedrukte kaart waar achterop de te prikken gaatjes aangegeven staan.
In diversen hobby boekjes zijn ook losse patroontjes te vinden om deze techniek toe te passen.
De figuren zijn veelal randversieringen, maar kunnen ook voorstelingen zijn van bijvoorbeeld sneeuwpopjes of bloemen.

Sticker kaarten: Plak de stikker op een kleurtje papier wat de hoofdkleur gaat worden van de afbeelding. Knip of snij de delen uit die in een 2e of 3e kleur gedaan gaan worden. Lijm het uitgeknipte 1e gedeelte wat klaar is op een volgende kleur en knip of snij rondom verder af.