|
|
|
|
|
||||
|
Gallery |
Kaarten Voor het kaarten maken kun je diverse technieken gebruiken zoals 3d, scrapkaarten, irisvouwen, fancy folding, spirella, borduren etc. Hier probeer ik zo duidelijk mogelijk de technieken uit te leggen en een woordenlijst. Heb je een woord wat veel gebruikt wordt maar hier nog niet tussen staat kunt u die mailen + een korte uitleg wat het is naar goitske@goitske.nl Irisvouwen Uitgangspunt bij het irisvouwen is het model. De
buitenvorm van dat model snijd je uit je kaart en het gat vul je vervolgens
van buiten naar binnen op met gevouwen strookjes papier van gebruikte enveloppen,
irisvouwpapier of ander mooi papier. Je werkt dus aan de achterkant van je kaart
-dus in spegelbeeld- en plakt aan het eind je werkstuk op ee nandere kaart.
Fancy folding: Fancy folding is een combinatie van zelf allerlei passepartouts snijden en daar vervolgens ook zelf een vouwpatroon bij zoeken. In de boeken van fancyfolding staan verschillende vouwpatronen. Het princiepe lijkt veel op dat van irisvouwen maar dan vouw je niet in een rondje maar hoe het vouwpatroon loopt. Hier staan geen nummers op! Verder wordt bij fancy folding nog andere technieken gebruikt zoals borduren met of zonder kraaltjes, embossen etc. Spirella / Spirelli Spirella en spirelli zijn bijna het zelfde,
enige verschil zijn de figuurtjes waar je het draadje om heen wikkeld. Crea easy: Crea easy is een techniek waarbij met decorating
chalk (soort krijt) een tekening wordt gemaakt. Hiervoor heb je wel een mal
nodig, elke mal bestaat uit klein vlakjes die samen de tekening maakt. Embossen: Embossen is een techniek die je in verschillende
formen tegen komt, bloc embossing, letter embossing, engels embossing, switch
embossing etc. Dit gedeelte gaat over de algemene techniek. 3D kaarten: 3d is een techniek waarbij je plaatjes op elkaar "plakt". Voor 3de knippen zijn er vellen waar de stappen al zijn aangegeven maar ook vellen waar dat dus niet gedaan is. Als je een vel hebt waar je zelf moet kijken wat er moet weg blijven dan moet je steeds kiezen voor het gedeelte wat het verste naar achteren is. dus bijv een konijn heeft 2 oren, 1 oor staat wat verder naar achteren die laat je dan weg, een pootje die wat verder naar achteren zit laat je weg etc. Als er geen stappen zijn aangegeven dan heb je voor elke laag een nieuw plaatje nodig! dus als je 3 lagen wil heb je 3 plaatjes nodig, bij 5 lagen 5 plaatjes. Om een boekje te bestellen over 3D kaarten kunt u kijken in de webshop Borduren: Je begint met het uitgekozen patroon in de kaart te prikken. Vervolgens vul je het met borduurgaren op. Je kunt verschillende steken gebruiken. Plak de draadeinden aan de achterkant van de kaart met een klein stukje plakband vast. De borduurnaald die je gebruikt moet dunner zijn dan de prikpen anders scheuren de gaatjes tijdens het borduren. Zorg dat de gaatjes waar meerdere draden doorheen gaan groter zijn dan de andere gaatjes. Werk de achterkant van de kaart uiteindelijk af met een schutblad zodat de aan- en afhechtingen niet meer zichtbaar zijn. Revolving kaarten: Is een techniek waarbij je moet snijden,
embossen etc. Voor de revolving kaarten zijn diverse stencils te koop. Silhout snijden: Een eenvoudige techniek waarmee je met behulp
van het silhouetstencil omtrekken van gifuren of teksten uit papier snijdt.
Glaze art: Glaze art is een vrij nieuwe hobby, dmv speciale glaze 3d roller pennen komt de inkt op het werkstuk. Glaze art wordt vooral voor kaarten gebruikt maar kan ook voor sieraden gebruikt worden. Zie ook de stap voor stap hier over elders op deze site. Servetten/ Stofjes: Servetten en stofjes kun je ook gebruiken om kaarten te maken, scheur of knip het motief uit het servet en verwijder de achterste 2 laagjes. Breng op de kaart Multi Coat aan en leg het servet er voorzichtig op. Dep het dan nog even na met Multi Coat en laat het drogen. Je kunt ook tweezijdig plakfolie gebruiken om de servetten op te plakken. Dan knip je het plaatje ruim uit het servet en plakt dat voorzichtig op de plakfolie. Knip dan het plaatje exact uit, verwijder de tweede beschermlaag van de folie en plak de afbeelding op je kaart. Servetten kun je ook gebruiken om bijv dienbladen, theedozen etc te versieren kijk hiervoor bij de informatie over servetten plakken. Om een boekje te bestellen voor het kaarten maken met servetten of stofjes kunt u kijken in de webshop Pasta kaarten: Bij pasta kaarten maak je reliëf op papier met behulp van sjablonen. Plak het stencil met kleine stukjes plakband vast zodat het niet gaat schuiven. Strijk de pasta over het sjabloon. Als de pasta goed verdeeld is, haal je het sjabloon voorzichtig van het papier af. Incire: Je maakt sneetjes in papier zo, dat je het papier
kunt omvouwen. Het mooiste is dus als je duo-karton gebruikt, of twee kleuren
goed stevig op elkaar plakt. Er zijn speciale metalen mallen verkrijgbaar waardoor
de sneetjes goed recht in het papier komen. Leuker is eigenlijk om het patroon
zelf te ontwerpen en te proberen het zo netjes mogelijk te krijgen. Incire kun
je natuurlijk met verschillende technieken combineren. Scrapkaarten: Scrappen kun je in het groot voor je fotoboek maar je kunt het natuurlijk ook op een kaart doen! Hiervoor kun je foto's gebruiken maar ook gewoon een stempelafdrukje, tekst en andere scrapmaterialen om een voorkant van een kaart te versieren Honingraad kaarten: Honingraatpapier bestaat uit 42 laagjes zijdevloeipapier en wordt meestal voor wenskaarten gebruikt. De halve uitgeknipte vorm plak je met de rechte kant in de vouw van de kaart. Als je dan de kaart openvouwt komt de structuur te voorschijn. Het papier is zeer gevoelig voor vocht dus het is daarom aan te raden om een plakstift te gebruiken en géén natte lijmsoort. Pergamano: Een pergamanokaart maken is niet moeilijk en het
resultaat is fantastisch. Er zijn vijf technieken die je moet beheersen om een
kaart te kunnen maken. Lace: Lace is de Franse naam voor dichtgeregen, vandaar dat deze kaart-techniek zo wordt genoemd. Met behulp van een snijmal wordt het patroon in de kaart gesneden, de randen die daardoor ontstaan worden onder elkaar gevouwen (geregen). Als je duo karton gebruikt krijg je een extra mooi effect. Collage: Om Collage kaarten te maken, zoek je een aantal bij elkaar passende plaatjes en die plak je op de basiskaart. Je kunt daar natuurlijk eindeloos mee variëren. Je kunt de plaatjes zo op de kaart plakken, maar je kunt ze eerst ook op stukje gekleurd karton plakken en die vervolgens op de basiskaart plakken. Je kunt ook een aantal op de voorkant van de kaart plakken en een aantal in een passe-partout in de basiskaart. Je kunt behalve plaatjes natuurlijk bijvoorbeeld schelpjes gebruiken of kleine schilderijtjes die je zelf maakt. Punch & Fold: De mooie motiefjes in Punch & Fold kaarten ontstaan door eerst te ponsen en dan te vouwen. Met een draaibare afstandpons verschijnen geen complete, maar een halve gestanste figuur in het papier. Door deze halve figuur om te vouwen verschijnt aan een kant een open motief en heeft de andere kant een andere kleur. Het mooist is dus om bij deze techniek duo papier te gebruiken. Zand schilderen: Knip een stukje aslan of een etiket af. Als je een etiket gebruikt smeer dan de goede kant van het etiket in met lijm en plak het met de net ingesmeerde kant op de kaart. Verwijder de beschermlaag, de nu tevoorschijn komende kleeflaag gebruik je om het zand op te strooien. Dit kan met diverse technieken. Je kunt uit de losse hand strooien maar je kunt ook bijvoorbeeld een embos sjabloon gebruiken. Denk eraan om na elke kleur het zand goed aan te drukken en het overtollige zand eerst goed te verwijderen alvorens met een andere kleur te beginnen. Filigraan: Filigraan is een al oude techniek, waarbij je in feite met opgerolde stroken, figuren (bijvoorbeeld bloemen) kunt maken. Basisvormen zijn o.a.: Bes: rol de papierstrook strak op en plak het uiteinde vast. Spiraal: Rol de strook strak op, laat openspringen en plak het uiteinde vast. Druppel: Maak eerst een spiraal en knijp één uiteinde van de spiraal tot een punt. Ovaal: Maak eerst een spiraal en knijp beide uiteinden van de spiraal tot een punt. Blad: Maak eerst een ovaal en buig één punt naar links en één naar rechts. Bloemblad: Maak eerst een spiraal en duw één kant van de spiraal naar binnen zodat er een deuk ontstaat. Druivenrank: Vouw een strook ongelijk dubbel en rol de stroken dezelfde kant op, laat iets loskomen en plak vast, doordat de strook ongelijk is gevouwen ontstaat er een druivenrank. Door de strook voor het rollen aan de zijkant in te knippen en na het rollen op het besje te drukken krijg je een openstaand bloemetje. Om de strook te rollen is een speciale filigraanpen te koop. Je kunt ook bijvoorbeeld het puntje van een tandenstokertje gebruiken om de strook aan te leggen, houdt de strook dan met je nagel vast en draai de strook vervolgens om het puntje. Scrapito: Knip een stuk van dubbelzijdig kleeffolie. Verwijder één beschermlaag en plak een gewenste contoursticker op de klevende folie. Neem een stuk glanzend gekleurde Scrapito folie en leg dit over de sticker heen, met de gekleurde kant naar boven. Druk de Scrapito folie aan met behulp van de Scrapito hulpmiddelen; de Scrapito vingertip en de Precisie pen om ook de kleinste gaatjes in de contoursticker op te vullen. Verwijder de Scrapito folie. Vouw een transparante sheet tot een kaart. Knip de gemaakte afbeelding uit en plak het op de kaart door de andere beschermlaag te verwijderen. Versier de kaart met hoeken, randen en tekststickers. Mola: Zet de mal vast op de kaart met non-permanente tape en snijd het basispatroon uit de kaart langs de randen van de mal. Plak een andere kleur papier achter het uigesneden patroon. Snijd bepaalde vlakken van het patroon uit dit papier, maar doe dat zodanig, dat langs de randen van het basispatroon een strook van het uitgesneden papier zichtbaar blijft. Deze strook moet tenminse 1 mm breed zijn, breder kan ook. Plak nu een tweede kleur papier achter het patroon en snijd dezelfde of juist weer andere vlakken uit. Nu blijft een tweede smalle gekleurde strook rondom het basispatroon zichtbaar. Ga zo door met lagen papier plakken en uitsnijden tot het gewenste resultaat is bereikt. Queree: Pons een patroontje met een van de Queree ponsen,
prik met een Queree prikpen (voorzien van een of meer naaldjes) gaatjes langs
de de ponsmotieven en borduur een raster over de ponsopeningen. Postzegel kaarten: kaarten maken mbv postzegels die je overal op rommelmarkten etc vaak voor een paar cent kunt kopen in diverse thema's. Om het boekje te bestellen kijk in de webshop CD Kaarten: Voor deze kaarten neem je een oude cd, je plakt daar plaatjes op b.v. 3.d figuren, of een servet en maakt het af met stickers of borduurwerk. Ornare: Deze techniek word gebruikt om de kaart te versieren
door middel van een priktechniek. Dit kan gedaan worden door het gebruik maken
van een mal, of een voorbedrukte kaart waar achterop de te prikken gaatjes aangegeven
staan. Sticker kaarten: Plak de stikker op een kleurtje papier wat de hoofdkleur gaat worden van de afbeelding. Knip of snij de delen uit die in een 2e of 3e kleur gedaan gaan worden. Lijm het uitgeknipte 1e gedeelte wat klaar is op een volgende kleur en knip of snij rondom verder af.
|
||||||